U bevindt zich op: Home › Nieuws › Toespraak ambassadeur Jacobi ter gelegenheid van de opening van de introductiecursus mededingingsrecht– en beleid
Toespraak ambassadeur Jacobi ter gelegenheid van de opening van de introductiecursus mededingingsrecht– en beleid op 5 oktober 2009.
Met veel genoegen richt ik mij tot u bij de opening van deze introductiecursus in het mededingingsrecht en –beleid. Dit initiatief voor samenwerking tussen het Surinaamse ministerie van Handel en Industrie en de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) is een uitstekende manier om te komen tot kennisuitwisseling tussen professionele organisaties in Nederland en Suriname. Nog onlangs had ik een kennismakingsgesprek met vice-president Sardjoe. Bij die gelegenheid merkte de vice-president op dat, nu de verdragsmiddelen bijna op zijn, Nederland en Suriname zich meer moeten concentreren op de immateriële samenwerking. Dat ben ik met hem eens en dit initiatief is daar een goed voorbeeld van. Steeds vaker zullen we zien dat organisaties en instituten elkaar vinden en op basis van gelijkwaardigheid en wederkerigheid tot samenwerkingsverbanden komen. Dat is één van de hoofdlijnen van de relatie tussen Suriname en Nederland en daarom ondersteunt de Nederlandse ambassade dit initiatief dan ook van harte.
Mededinging, dames en heren, is een fenomeen van alle tijden. Vijftig jaar voor Christus werd door de Romeinse republiek een edict uitgevaardigd tegen graanhandelaren die de markt manipuleerden. Graan voor Rome kwam in die dagen per schip uit Egypte, en een beperkt aantal Romeinse handelaren dreef de prijs van graan op door de schepen eenvoudigweg op zee te laten dobberen en zo een kunsmatige schaarste te creeren. En ook tijdens de Middeleeuwen en in de Renaissance blijven vorsten worstelen met de uitdagingen waarvoor de markt hen stelt. Aan de ene kant zag men wel in dat monopolies ongezond waren, maar aan de andere kant zaten sommige monopolies zoals de gilden zodanig ingebakken in de samenleving van toen, dat je er ook niet makkelijk vanaf kwam.
Het hielp ook niet dat het begrip van de werking van de economie beperkt was. Daar kwam pas verandering in toen in 1776 de beroemde Engelse econoom Adam Smith zijn “On the wealth of Nations” publiceerde. In wezen een van de eerste standaardwerken van de economische wetenschap. Aan dat boek is ook het concept de “invisible hand” ontleend, een begrip dat ook vandaag de dag nog veel wordt opgebracht. Wat wordt met die onzichtbare hand bedoeld? Volgens Smith, en ik vat het even kort door de bocht samen, is het zo dat als iedereen zijn eigen belang nastreeft, in een markt met vrije concurrentie en ongehinderde vraag en aanbod, dat uiteindelijk leidt tot het hoogste voordeel voor iedereen. Net alsof er een onzichtbare hand aan het werk is die leidt naar dat hoogste voordeel. Dat moge in theorie zo zijn, de werkelijkheid is helaas veel taaier.
En daarmee kunnen we ook stellen dat Adam Smith misschien wel gelijk had , maar dan alleen in theorie, want een markt die helemaal zelf zorgt voor vrije concurrentie is een utopie. Of, zoals een Engelse zakenvriend opmerkte, “Competion is fine for my competitors, personally I do not like it very much”.
Concurrentie is een nobel concept, maar veel bedrijven zullen moeilijk weerstand kunnen bieden aan de neiging om de scherpe kantjes er van af te slijpen. En zo komen we bij prijsafspraken, afspraken over verdeling van de buit bij aanbestedingen, kartelvorming, etc. etc. De mededingingsautoriteit heeft de schone taak om die praktijken tegen te gaan en zo het mechanisme van de markt te beschermen. Dat is in het voordeel van de consument, en uiteindelijk ook van de samenleving.
In Nederland bestaat de NMa nu als ik het goed heb elf jaar en in die jaren is er veel veranderd. Nederland was het kartelland bij uitstek in Europa. Ik geloof dat er zelfs prijsafspraken bestonden voor de prijs van schoenveters. Van die tijd hebben we nu toch wel afscheid genomen. De NMa heeft in Nederland impact gehad. Ik noem de bouwfraude waar voor 235 miljoen aan boetes werden uitgedeeld, maar er waren ook vele andere minder spectaculaire, maar daarom niet minder belangrijke, interventies. De NMa kan inmiddels bogen op enige ervaring.
Suriname staat aan de vooravond van een eigen mededingingsautoriteit: het Surinaams Mededingings Instituut, het SMI, dat zal ressorteren onder het ministerie van Handel en Industrie. Daarmee geeft Suriname ook invulling aan de verplichtingen die het is aangegaan in het kader van de Caricom, waar aan elke lidstaat gevraagd wordt een mededingingsorgaan op te richten. Het is dan ook heel opportuun dat nu de specialisten van de Nederlandse Mededingings autoriteit gaan samenwerken met deskundigen in Suriname, want de ervaring leert dat dit de beste resultaten oplevert. Uitwisseling uit de praktijk tussen mensen die dagelijks met de materie werken en kunnen putten uit jarenlange ervaring.
Dit seminar is niet het enige initiatief dat Nederland ondersteunt ten behoeve van de ontwikkeling van de vrije markt en de private sector. Met financiële ondersteuning uit verdragsmiddelen is recentelijk ook een aantal andere activiteiten opgestart. Ik denk hierbij aan IntEnt Suriname voor startende ondernemers, het ISO certificeringproject voor producenten en exporterende bedrijven, het Microkredietenproject voor de hele kleine ondernemers, het Agrarisch Kredietfonds voor de agrariërs. En daarnaast worden private initiatieven ondersteund door het zogenaamde Private Sector Investeringsprogramma (PSOM/PSI).
Een sterke private sector en een goed werkende markt zijn belangrijk aangezien zij voor inkomsten en werkgelegenheid zorgen.
Mijn hoop is dat deze cursus en in het verlengde daarvan de Surinaamse Mededingingsautoriteit in oprichting een bijdrage zullen leveren aan gezonde marktwerking in Suriname.
Ik dank u voor uw aandacht.